26/06/2026
Dingen die ouders vaak zeggen… maar die meestal niet helpend zijn
We zeggen allemaal weleens iets uit frustratie, haast of omdat we het zelf zo hebben geleerd. Heel normaal.
Toch kunnen sommige opmerkingen ervoor zorgen dat een kind zich minder begrepen voelt of emoties juist meer gaat wegstoppen.
Een aantal voorbeelden:
❌ “Stel je niet zo aan.”
Hiermee leert een kind dat zijn gevoel overdreven is. Terwijl spanning, verdriet of boosheid voor een kind op dat moment echt is.
❌ “Er is toch niks aan de hand?”
Wat voor een volwassene klein lijkt, kan voor een kind groot voelen. Denk aan een ruzie op school, buitengesloten worden of iets fout doen.
❌ “Doe eens rustig.”
Als een kind boos of overstuur is, zit het vaak al hoog in spanning. Rustig worden lukt dan niet op commando.
❌ “Hou op met huilen.”
Huilen helpt kinderen juist om spanning kwijt te raken. Door dat te stoppen, blijft die spanning vaak zitten.
❌ “Waarom doe je zo?”
Veel kinderen weten zelf nog niet waarom ze boos worden, dichtklappen of druk doen. Hun gedrag is vaak sneller dan hun woorden.
Wat helpt dan wel?
✔ Benoem wat je ziet:
“Ik zie dat je boos bent.”
✔ Vraag door zonder oordeel:
“Wat gebeurde er?”
✔ Geef ruimte om eerst rustig te worden.
✔ Praat later samen over wat er gebeurde.
Dat betekent niet dat alles maar mag. Grenzen blijven altijd belangrijk.
Kinderen leren omgaan met gevoelens als ze eerst begrijpen wat er in hen gebeurt.
Dat begint vaak bij hoe wij als ouders reageren.